donderdag 13 juni 2013

BROOD

BROOD
Inhoud

1. De Geschiedenis van Brood
2. Het Bakken van Brood
3. Ingrediënten
4. Het Brood in Europa
5. Granen
6. De Bakker




Inleiding

Ik heb mijn spreekbeurt over brood omdat brood erg belangrijk is. Door het eten van brood krijgen wij vitamines en mineralen binnen. Vitamines zijn belangrijk om het lichaam te laten werken. IJzer is een mineraal dat voldoende in het brood zit en belangrijk s voor de juiste samenstelling van het bloed. Mijn vader is bakker daarom vind ik het erg leuk om over brood te vertellen.
De geschiedenis


Brood is een oeroud product, maar niemand weet precies wie het heeft ontdekt, waar en waarneer het is uitgevonden. Waar komt het dan vandaan? Nou het is gewoon in de loop van de geschiedenis ontstaan. Het begon in de oertijd de mensen aten toen rauwe granen, na een poosje ontdekte men dat je er wel wat anders mee kon doen. Ze merkte dat als je de granen fijn stampten en er water bij deed dat je een meelpapje kreeg. Later kwam er iemand en die ging de pap bakken het resultaat was een koek even groot als een pannekoek. Die koek was goed te eten als hij warm was maar als hij koud werd, werd hij knoerthard, om de koek zacht te maken moest hij in het water gedompeld worden. Het rijzen werd uitgevonden door een Egyptische slaaf hij had de pap van de vorige dag laten liggen. En toen hij terug kwam was de pap opgezwollen. Hij had de pap bij de rest gedaan en de broden waren een stuk lekkerder en smaakte veel luchtiger, die oude pap heet zuurdesem. Vanaf die dag gebruikte men telkens een stukje zuurdesem. In de 19de eeuw kwam er gist uit de fabriek. Uit Egypte komt ook de bakkersoven. In het onderste van de oven werd houtvuur gestoken en in het bovenste werd het brood gebakken. In de Middeleeuwen kwamen er pas echte bakkerijen, voor die tijd bakte iedereen zelf brood. Sommige boerderijen hadden ze zelfs een bakhuis. Tot aan de 19de eeuw was het normaal om met je eigen deeg na de bakker te gaan. Die bakte er vervolgens brood van. Maar in 1850 waren er ook bakkers met hun eigen deeg.

Het bakken van brood


Als de bakker brood wilt bakken, moet hij het deeg maken. Eerst pakt hij de ingrediënten die weegt hij af. Daarna de bloem en dan pakt hij de gist, die dingen weegt hij eerst. Dan het zout en het water daarna gaat alles in de deegkuip van de kneedmachine. De kneedmachine mengt de ingrediënten daarna gaat de machine kneden. Dus de bakker drukt op de knop en de machine begint te draaien. Daarna moet het deeg een poosje rusten dat heet de voorrijst. Nu moeten al het deeg worden afgewogen. Met de hand worden ze mooi rond gemaakt. In een speciale rijstkast waar het precies warm en vochtig genoeg is rijzen de ronde deegstukken in netjes.

Dit duurt zo´n drie kwartier. De bakker controleert even of het rijzen goed verloopt. Dan worden de stukken platgewalst en daarna opgerold. Als dat is gebeurt worden ze langwerpig en gaan ze in een broodblik . De broodblikken zitten per 4 aan elkaar vast. Het deeg moet nog èèn keer rijzen dat heet de narijs. Als het deeg voldoende is gerezen kan het de oven in. Grote broden zijn gaar in ongeveer drie kwartier en kleine broden ongeveer 10 á 15 minuten. De broden komen de oven uit en klaar is Kees. Maar voordat het brood is gebakken kan je het decoreren. Een paar voorbeelden : hij kan het brood door maanzaad of sesamzaad, hij kan ook er een tijgerpapje overeen strijken als het dan gebakken is ontstaat er een tijgerkorstje, of hij doet er wat knipjes in zo ontstaat het knipbrood.
Ingrediënten


Nu vertel ik wat over de ingrediënten van brood, gist is er èèn van.


Gist
zorgt ervoor dat brood luchtig word. Verse gist heeft een ligt bruine, grijze kleur. Gist lijkt op klei maar het valt snel uit elkaar. Gist is een verzamelnaam voor een groep schimmels. Die schimmels ademen gasbelletjes uit. Gist is erg belangrijk maar bloem is nog veel belangrijker. Zonder bloem geen deeg dus geen brood.

Bloem
wordt gemaakt van granen. Granen zijn harde zaden die aan graangras groeien. De granen worden gemalen tot ze uiteen vallen. Vroeger werd graan in een molen gemalen. Nu gebeurt dat vooral in meelfabrieken. Bloem ziet eruit als poeder. Het is heel licht en je kunt het zo wegblazen. Water is ook een onmisbaar ingrediënt.

Water
is voor de mens onmisbaar. Zonder water gaan we dood. In brood zit ook water. Het zorgt ervoor dat je deeg makkelijk kan kneden net zoals je een beetje water bij de klei doet om er goed in te kunnen knijpen. Dankzij het water krijg je een mooie, gladde deeg bal. We hebben water maar we hebben ook zout.

Zout
is een ingrediënt dat heel veel in de natuur voorkomt. In zeewater bijvoorbeeld . Zout geeft smaak aan het brood. Dankzij het zout blijft brood ook langer vers, omdat zout vocht aantrekt. Om brood lekker zacht te maken en om het beter te kunnen bewaren, kun je er ook boter bij doen.


Het brood in Europa

Niet al het brood dat bij ons in de winkel, daarom ook hier ‘uitgevonden’. De bakker werkt met recepten. In zo’n recept staat welke dingen je nodig hebt voor verschillende soorten brood. Een kok werkt bijvoorbeeld ook met zulke recepten. Ik noem nu een paar soorten broden op en ik zeg uit welk land het komt.


Uit Duitsland komen drie dingen:


1.brood met allerlei soorten zaden aan de bovenkant.2. Roggebrood met rozijnen en krenten.3. Pompernikkel dat is heel donker brood misschien het donkerste bestaat. En het smaakt een beetje zuur.

Uit Frankrijk komt:


Het stokbrood, in het Frans heet het een baguette. Dat is een smal wit of bruin brood van ongeveer een halve meter lang. Naast stokbrood zeggen we ook Frans brood. Dat brood is breder dan een stokbrood.

Uit Italië komt :

De Ciabatta . Dat is ook een langwerpig witbrood, zoals een Frans stokbrood, maar het ziet eruit alsof er iemand op heeft getrapt. Het is niet zo krokant als een stokbrood, maar het is taaier. Omdat het een platte vorm heeft, kun je er bijvoorbeeld hagelslag op doen.

Dit zijn soorten die je niet zo vaak tegenkomt.


In Scandinavië :


eten de mensen Knäckebröd. Dat is brood dat in dunne laagjes gebakken word. Omdat het zo kraakt als je erin bijt, heet het Knäckebröd.

In Spanje :


In plaats van brood eten veel mensen uit Spanje als ontbijt Churros. Churros zijn slierten oliebollen deeg. Ze worden warm gegeten en in een chocolademoes gedompeld.

En in Groot-Brittannië:


Worden bijna alle broden in supergrote bakkerijen gebakken. Veel mensen kopen daar het zelfde witte, vierkantige , zachte brood.
Granen


Granen groeien aan een graangewas. Een graangewas is een soort gras. Er zij hèèl veel soorten gras, het gras in je tuin kennen we allemaal. Nu zijn er een aantal soorten gras die een speciale naam krijgen. We noemen die g rassen granen. De belangrijkste zijn: Tarwe, Maïs, Rijst, Gerst, haver, Rogge en gierst. De meeste broden worden gemaakt met tarwegranen.

In de herfst of lente maakt de boer lange, smalle gleufjes in de aarde.

Daarin zaait hij graankorrels. De granen beginnen te groeien en worden plantjes. De plantjes worden steeds groter en er komen aren aan. Een aar is een soort pluimpje aan de bovenste uiteinde van een graanplant. In de aar zitten de graankorrels. De boer haalt zijn oogst binnen als de bladeren, de stengels en de aren van het graangewas goudgeel zien. In brood worden geen volledige graankorrels gebruikt. Die zijn veel te hard en te groot. Het graan moet eerst gemalen worden in kleine deeltjes. Daaruit ontstaat er bloem. Meel of bloem kun je gebruiken om brood van te maken. Er moet nog heel wat gebeuren met de graantjes voordat ze bij de bakker terechtkomen. De graankorrels worden bewaard in silo’s. Silo’s zijn grote opslagplaatsen. Vanuit deze silo’s worden de granen naar een soort wasserij gebracht. Daar staan allemaal machines waarin de graantjes worden gewogen, gezeefd, geborsteld, gewassen, gedroogd en geschoren. Daarna wordt het graan door dikke buizen naar pletwalsen geblazen. Het meel is nu bijna klaar. De graantjes worden nu uitgegoten op grote rollen die ronddraaien. Daartussen worden ze geplet en worden ze heel klein verbrokkeld. Dan krijg je lichtbruin meel voor bruin brood. De zemelen in dat meel zorgen voor het lichtbruine van de kleur. Tenslotte worden de deeltjes nog eens gezeefd in de zeefmachine, om de zemelen eruit te halen. De witte bloem die je dan krijgt dient voor wit brood. De verschillende soorten meel of bloem gaan in zakken en worden verkocht.

De bakker


Bakkers zijn geen slaapkoppen. Tijdens weekdagen staat de bakker rond twee of drie uur ‘s nachts op om te werken. Op zaterdag is dat nog vroeger. Dan begint hij al om elf uur ‘s avonds. Een bakker heeft dus een apart leven. Als jij van plan bent om bakker te worden moet je daar wel even bij stil staan. De bakker werkt ‘s nachts zodat er ‘s morgens een verse boterham op ons bord ligt. Als iedereen nog in zijn warme bedje ligt is de bakker al aan het bakken. In de bakkerij is het natuurlijk ook warm, dankzij de ovens. Bij het gerinkel van onze wekker zit de werkdag van de bakker er al bijna op.

Als de bakker uit bed komt, trekt hij zijn werkkleren aan. Hij draagt een witte broek en een wit jasje, omdat dit de warmte van de ovens beter weghoudt dan donkere kleren. Het allereerste wat een bakker doet, is de oven aanzetten. Dan maakt hij verschillende soorten deeg klaar om de dagelijkse hoeveelheden broden te bakken, en die zet hij in de oven. Daarna bakt hij verschillende soorten koeken en taarten. Naast het bakken heeft hij nog andere taken. Hij zorgt dat er genoeg ingrediënten zijn. En hij maakt de bakkerij schoon.



Dit was mijn spreekbeurt
 Zijn er nog Vragen?

Wil je meer informatie over BROOD?? Zoek dan bij GOOGLE.
Google

GRTJES
EVA

Geen opmerkingen:

Een reactie posten